Een weg van lange adem... | De Bloemenkrant
Logo bloemenkrant.nl
Foto: wur

Een weg van lange adem...

Door het wegvallen van een aantal bestrijdingsmiddelen zijn de problemen met floëem zuigende insecten toegenomen. Het floëem zorgt in de plant voor het transport van de assimilaten.

De assimilaten worden door fotosynthese onder invloed van licht in de bladeren aangemaakt en via het floëem naar alle andere delen van de plant getransporteerd.

Als we er niet in slagen om alternatieven aan te reiken voor de beschikbare bestrijdingsmiddelen die we tot nu toe nog hebben zijn de consequenties van problemen met floëem zuigende insecten zoals bladluizen, witte vlieg, wol – en schildluis niet te overzien. De urgentie vanuit het onderzoek om alternatieve manieren te vinden om dit soort insecten effectief te bestrijden is groot. Als Wageningen UR Glastuinbouw zijn we dan ook volop bezig met het zoeken en ontwerpen van nieuwe systemen om de problemen met deze insecten beheersbaar te maken. We zijn dan ook een zoektocht begonnen naar weerbare systemen gebaseerd op een ecosysteem van biologische bestrijders. Biologische bestrijding vormt een steeds belangrijkere pijler in het systeem voor de beheersing van ziekten en plagen. Het zou mooi zijn als we konden komen tot een systeem wat zichzelf kan reguleren bij opkomende plagen.

Het vernieuwende in deze zoektocht is dat we gemeenschappen van biologische bestrijders proberen te maken die elkaar zoveel als mogelijk aanvullen. Op dit moment is het zo dat er in het commercieel beschikbare pakket aan biologische bestrijders leemtes zitten. Waar mijn collega's naar op zoek zijn, zijn inheemse bestrijders die complementair zijn aan de bestrijders die we nu al toepassen. Met als uiteindelijk doel een stabiel effectief ecosysteem met een hoge bestrijdingscapaciteit tegen bijvoorbeeld bladluis. Dit soort systemen biedt onze sector de mogelijkheid om het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen enorm te reduceren. Tegelijkertijd wordt er een kosteneffectief en robuust systeem gecreëerd wat teeltzekerheid biedt.

Nu is het natuurlijk niet zo dat we dat zo maar eventjes doen het zal een lange weg worden, een weg van lange adem. In de biologische glastuinbouw is al heel veel ervaring met de biologische bestrijding van bladluis. Helaas gebeurt het nog steeds dat telers hun complete gewas kwijtraken door deze plaag. Dit geeft al aan dat het een complex probleem is waar we voor staan dat komt omdat de oorzaken van het misgaan niet altijd bekend zijn. Wel is bekend dat er allerlei verstorende effecten kunnen zijn. Sluipwespen staan te boek als zeer effectieve bestrijders maar kunnen in hun populatie opbouw enorm geremd worden door hyperparasitoïden. Dit zijn secundaire sluipwespen, die de primaire sluipwespen parasiteren. Uit een inventarisatie gedaan in 2013 bij tien biologische paprikatelers heeft duidelijk gemaakt dat hyperparasitoïden algemeen voorkomen en al heel vroeg in het jaar actief kunnen zijn. Op dit moment ontbreekt het domweg nog aan kennis om verstoring te kunnen beperken. Mijn collega's van Wageningen UR Glastuinbouw willen de komende tijd meer onderzoek doen naar deze hyperparasitoïden, om daarmee maatregelen te kunnen ontwikkelen die de verstoring van bladluisbestrijding zoveel mogelijk beperken.

Waar beginnen we aan zult u denken. Het is inderdaad een enorme uitdaging om een effectieve plaagbestrijding te bereiken door het ecosysteem zo in te richten dat er een stabiel en zelfregulerend systeem van bestrijding ontstaat waarbij verstorende interacties tot een minimum worden teruggebracht. We zouden er niet aan beginnen als er geen lichtpunten zouden zijn. Er zijn veel studies gedaan die laten zien dat, ondanks verstorende onderlinge interacties, een grotere mate van diversiteit in natuurlijke vijanden gunstig is voor de bestrijding van plagen. Het is dan wel van belang te zoeken naar complementariteit tussen bestrijders. Bladluisbestrijders zoals zweefvliegen, gaasvliegen, galmuggen, lieveheersbeestjes en generalistische roofwantsen kunnen complementair zijn door bijvoorbeeld te verschillen in activiteit gedurende dag en nacht, of gedurende het teeltseizoen. Maar ook zijn er grenswaarden voor activiteit zoals bij hoge of lage temperatuur. Maar ook de voorkeur van boven of onder in het gewas, etc. Naast complementaire interactie, kunnen ook synergistische interacties optreden. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer sluipwespen valgedrag induceren waardoor vallende luizen lager in het gewas door andere predatoren worden aangepakt.

Het onderzoek zal ongetwijfeld nieuwe kennis opleveren over inzet van aanvullende biologische bestrijders. Neemt niet weg dat er zo af en toe toch nog een keertje chemisch zal worden moeten worden ingegrepen.

Jan Willem de Vries
Wageningen University & Research
Business Unit Glastuinbouw

Meer berichten
 
<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=13225608&size=160x600&promo_sizes=120x600&cb=[CACHEBUSTER]&promo_alignment=center&referrer=bloemenkrant.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>
<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=13225606&cb=[CACHEBUSTER]&referrer=bloemenkrant.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>