Logo bloemenkrant.nl
<p>Jan Willem de Vries</p>

Jan Willem de Vries

(Foto: WUR)
Column

Systeemsprong bloembollen...

  Column

Een robuuste teelt met een gezonde robuuste bodem en nagenoeg geen emissie naar grond en oppervlaktewater vraagt een fundamentele aanpak. In mijn vorige stukje schreef ik dat er vanuit de sector kritische geluiden waren over de integratie van het bloembollenonderzoek binnen de businessunit Glastuinbouw.

Wat we met deze integratie hebben bereikt, is dat we als businessunit Glastuinbouw zulke vraagstukken aankunnen. Wij zullen antwoorden moeten geven op de grote uitdagingen waar de sector voor staat. Dit doen wij door het uitvoeren van strategisch toegepast onderzoek.

De huidige manier van bollen telen stuit op een steeds grotere weerstand welke vooral te maken heeft met het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Door de huidige manier van bollenteelt worden aanwezige ziekten en plagen in stand gehouden en telkens meegenomen in de vervolgteelt. De bloembollen teelt wordt gekenschetst als een teelt waarin min of meer zieke bollen steeds worden herplant. Daarmee blijft de sector in de ijzeren greep van ziekten en plagen en het bestrijden daarvan. Vanuit de maatschappij is er een enorme weerstand tegen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen welke door de jaren heen steeds groter lijkt te worden. Daarnaast zijn er geluiden vanuit de afnemers dat men minder residu op de bollen wil. Als je daarbij optelt de steeds strengere kwaliteitseisen die bij de export van de bollen wordt gesteld en goed werkende middelen steeds minder beschikbaar zijn worden de problemen van de bollenteler alleen maar groter. 

Systeemsprong
Het is tijd om het radicaal anders te doen. Er is een andere manier van telen nodig, een echte systeemsprong. Uit de eerste resultaten van het project ‘Vitale Lelie’ blijkt dat er door een nieuwe wijze van telen er ook nieuwe mogelijkheden zijn om de teelt te sturen. Zo wie zo moet de teelt sneller gaan om de meerkosten goed te maken. Het onderzoek richt zich nu op vragen om de mogelijkheden van de nieuwe teeltechniek beter te benutten. Zo is er meer kennis nodig op het gebied van de bloembollenfysiologie. U moet dan vooral denken aan vragen zoals bijvoorbeeld, hoe kunnen we de fotosynthese stimuleren om meer suikers aan te maken Of hoe kunnen we de stroom van die suikers meer de verschillende plantorganen zoals de hoofdbol, dochter bolletjes en de bloem beïnvloeden. Als we dat weten dan kunnen we optimaal sturen op respectievelijk de groei van de bol, de vermeerdering of de bloemproductie. Daarnaast willen we werken aan de vraag hoe kunnen we het afsterven van het blad beheersen zodat de plant langer fotosynthetisch actief blijft. Of zijn er andere betere vormen van vermeerdering te vinden waardoor we efficiënter aan schoon uitgangsmateriaal kunnen komen. 

Als onderzoekers willen we met dit project, hoewel er nog heel veel vragen zijn te beantwoorden, een enorme ommezwaai realiseren binnen de bollenteelt. Waarbij het aantal benodigde teeltcycli wordt beperkt en naar verwachting kan worden gehalveerd. Hierdoor wordt het aantal keren oogsten, verwerken en bewaren aanzienlijk verminderd. Allemaal handelingen die het risico op ziekten en plagen verhogen. Het middelen gebruik zal navenant afnemen en de belasting van de bodem wordt gereduceerd. Naar een reductie van chemische middelen zal er door een precieze teelt ook op water en bemesting bespaard worden. In vergelijking met de gangbare teelt zullen op deze wijze geproduceerde bollen gezonder, beter van kwaliteit, bevatten ze nauwelijks tot geen residu en hebben een minimale water-, CO2- en middelen footprint. 

Kasklimaat
Om deze onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden heb je ook faciliteiten nodig. Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan het inrichten van drie kasafdelingen waar we bij verschillende temperaturen verschillende lichtrecepten kunnen aanbieden. Het beheersen van het kasklimaat biedt mogelijkheden om de afsterving van het gewas te controleren waardoor de bollen in een seizoen veel groten kunnen groeien. Vanuit de literatuur zijn aanknopingspunten waaruit blijkt dat de sinksterkte van de hoofdbol kan worden beïnvloed. Hiermee willen de onderzoekers grip krijgen op het sturen van assimilaten in de teelt van de bol en in de broeierij willen we dat assimilaten maximaal worden gebruikt voor de vorming van de bloem. Dit meerjarige project loopt tot en met 2023 en zal ons heel veel leren.

Jan Willem de Vries
Wageningen University & Research
Business Unit Glastuinbouw


Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden