Plantweerbaarheid en de Club van 100
Logo bloemenkrant.nl
Foto: wur
Column

Plantweerbaarheid en de Club van 100

Plantweerbaarheid is de kern van Het Nieuwe Doen in Plantgezondheid.

Biologische bestrijding is bestrijding ter voorkoming van ziekte en plagen met behulp van natuurlijke vijanden. Deze wijze van bestrijding is beter en milieuvriendelijker dan toepassing van chemische gewasbescherming. Biologische bestrijding is een techniek die al heel lang bekend is en wordt toegepast. Al in de derde eeuw voor Christus werden er in China mieren gebruikt om rupsen te bestrijden.

Glastuinbouw
In de glastuinbouw maakt men vooral gebruik van roofinsecten en parasieten voor het bestrijden van plaagdieren. Vooral in de tomaten-, komkommer- en paprikateelt is biologische bestrijding de standaardwijze van werken. Maar ook in de sierteelt onder glas wordt sinds 1995 meer biologische bestrijding toegepast.
In 1992 waren er in de glastuinbouw nog maar zeven verschillende soorten biologische bestrijders bekend. Acht jaar later waren dat er 26. Nu mag je nieuwe biologische bestrijders niet zomaar inzetten. Ook dit is aan regelgeving onderworpen omdat het gebruik van niet-inheemse of gekweekte organismen als biologische bestrijder een schadelijk effect kan hebben op beschermde dier- en plantensoorten. Als een uitheemse soort in de vrije natuur terechtkomt, dan kan deze de inheemse soorten verdringen. We spreken dan over invasieve exoten.
Een voorbeeld hiervan is het veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje. Deze uitheemse soort die in kassen wordt ingezet als bestrijder van bladluis eet in de vrije natuur ook larven van andere soorten lieveheersbeestjes, rupsen en vlindereitjes. Hiermee vormt dit lieveheersbeestje een bedreiging voor andere inheemse soorten.
Veel soorten zijn niet schadelijk voor onze inheemse planten en dieren deze mogen wel worden gebruikt in onze kassen. Als je nieuwsgierig bent welke dat zijn zie Bijlage 11 van de Regeling natuurbescherming. Het is een enorme lijst.
Resistentie tegen biologische bestrijders is niet mogelijk. Dat blijkt wel uit het feit dat de bestrijders van het eerste uur zich uitstekend hebben gehandhaafd. Zo worden de sinds 1971 beschikbare sluipwesp (Encarsia), tegen witte vlieg in tomaten, en de vanaf 1981 beschikbare roofmijt (Phytoseiulus), tegen trips in komkommer en paprika, heden ten dage nog volop toegepast.

Sierteelt
Niet alleen in de groenteteelt, ook in de sierteelt, hoewel moeilijker, wordt biologische bestrijding steeds meer toegepast. Het heeft gemaakt dat er in Nederland steeds minder insecticiden worden gebruikt, wat leidt tot minder schadelijke resten van chemische stoffen die achterblijven in het milieu, en op het fruit of de groente.
Steeds meer telers gaan over naar een volledig biologische gewasbescherming. Ze worden hiertoe gedwongen door toenemende regulering voor het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Het is zelfs zo dat telers ervaren dat biologische bestrijding in sommige gevallen eigenlijk veel beter gaat dan chemisch, zoals bijvoorbeeld spintbestrijding in chrysant. Wel is het zo dat in meerdere teelten plagen opduiken waar telers eerder nooit last van hadden zoals bijvoorbeeld wolluis en schildluis.
Bedrijven die 20 jaar geleden voor meer dan 90 procent hun gewasbescherming met behulp van chemische middelen uitvoerden, doen dat nu nog maar voor vijf tot tien procent. Het zijn resultaten die er niet om liegen. Het zijn wapenfeiten waar we mee voor de dag kunnen komen.

Chemie
Inzet van chemie is vooral nodig als een ziekte of plaag niet biologisch te beheersen valt. We hebben het dan over een correctie-bespuiting die moet worden uitgevoerd. Het is dan nodig om middelen achter de hand te hebben. Sjaak van der Tak heeft het dan over de medicijnkast.
Met het terugdringen van de inzet van chemie creëren we mogelijk een probleem. Immers voor de chemiebedrijven wordt de glastuinbouw steeds minder interessant om een middel voor deze doelgroep toegelaten te houden. Een mogelijke oplossing ligt op het terrein van groene gewasbeschermingsmiddelen en in het bijzonder de laag-risico-middelen.

Micro-organismen
Dat kunnen micro-organismen (schimmels, bacteriën) plantenextracten en signaalstoffen (feromonen) zijn. Een deel van deze middel wordt gebruikt om de weerbaarheid van planten te verhogen. Helaas verloopt tot nu toe de toelating erg stroef. De Europese en Nederlandse toelatingsautoriteiten werken op dit moment aan een andere manier van beoordelen.
Nu is niet zo dat groene middelen, welke allemaal van natuurlijke oorsprong zijn, veilig zijn. Deze groene gewasbeschermingsmiddelen (bio-pesticide) kunnen heel erg giftig zijn. Ook het introduceren van micro-organismen kan een risico met zich mee brengen. Voor deze middelen is net als chemische middelen een toelating nodig, voordat het op de markt kan worden gebracht.

Businessunit Glastuinbouw
Als Businessunit Glastuinbouw van Wageningen University & Research zijn volop bezig met het ontwikkelen van nieuwe strategieën en technieken voor een duurzame gewasbescherming. Met name de integratie van verlagen energiegebruik, nieuwe richtlijnen rondom water- en nul-emissie rond mineralen en gewasbeschermingsmiddelen maakt dat we voor een deel weer opnieuw moeten beginnen met leren telen.
En we leren elke dag zo ook op het gebied van biologische bestrijders waar mijn collega’s iets opmerkelijks ontdekten. Zweefvliegen blijken namelijk óók bloemen te bestuiven. Daarmee kunnen de natuurlijke bestrijders in de winter een handje helpen. In die periode zijn bijen namelijk niet heel erg actief, terwijl er wel bestuiving moet plaatsvinden.

Club van 100
Een heel nieuw onderzoeksterrein waar we ons sinds enkele jaren op begeven is die van het microbioom. Rondom, op en in de plant zitten veel micro-organismen, zoals bacteriën, virussen en gisten welke de plant bescherming tegen ziekteverwekkers kunnen bieden. Als we in staat zijn om alle functies van de bacteriën, schimmels, virussen en nematoden rondom een plant te achterhalen, wordt het mogelijk de weerbaarheid tegen ziekten en plagen te versterken.

De Club van 100 is met de eerste projecten op het gebied van weerbaarheid gestart en dat allemaal om de sector Glastuinbouw vooruit te helpen. 

Doet u mee...

Jan Willem de Vries
Wageningen University & Research
Business Unit Glastuinbouw

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden