Logo bloemenkrant.nl
<p>Jan Willem de Vries</p>

Jan Willem de Vries

(Foto: WUR)
Column

Het gaat ons lukken...

  Column

Voor mij ligt een digitaal magazine waarin een aantal voorbeelden staan opgeschreven van projecten waarin het bedrijfsleven samen met kennisinstellingen innovaties ontwikkelt met maatschappelijke impact. Deze projecten worden ook wel PPS’ en genoemd. 

PPS staat voor Publiek Private Samenwerking, dit is een samenwerkingsvorm tussen overheid en één of meer (private) bedrijven. Bij deze vorm van samenwerken, hebben bedrijven een grote mate van vrijheid om een project naar eigen inzicht vorm te geven. Het doel wat de overheid hiermee wil bereiken is, gebruikmaken van de denk- en innovatiekracht die in onze sector aanwezig is. Omdat er in het magazine ook projecten staan waar wij als businessunit Glastuinbouw aan hebben gewerkt of nog steeds aan werken heeft het mijn belangstelling. 

Bekijk hier het magazine Innovaties met maatschappelijke impact.

Voor onze positie als Nederland is het heel belangrijk dat we steeds maar weer slimme oplossingen blijven bedenken voor de uitdagingen waar we voor staan of komen te staan. Door gezamenlijk op te trekken in het ontwikkelen van nieuwe kennis en hierin te investeren, blijven we bijdragen aan oplossingen voor de grote vraagstukken waar we voor staan.

Uitdaging

Een grote uitdaging waar we voor staan is dat we als glastuinbouw in 2040 geen CO2 meer uitstoten, dat volledig recirculeren en onze ziekten en plagen zo veel mogelijk voorkomen en alleen nog maar op een biologische wijze aanpakken. Om dat doel te bereiken hebben we op het proefbedrijf in Bleiswijk nu al weer twee jaar een demonstratiekas staan met vier afdelingen van ongeveer 350m2.Hier proberen onderzoekers hoe fossielvrij, zonder emissie van water en nutriënten en zonder gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen te telen. Deze wijze van “integraal telen” brengt veel nieuwe inzichten, immers elke verandering in de wijze van telen brengt weer nieuwe uitdagingen met zich mee. Op dit moment wordt er in de tuinbouw heel veel gas gebruikt om elektriciteit en/of warmte te produceren. De CO2 die vrijkomt wordt voor een deel gebruikt als meststof voor de planten. Om straks als we volledig fossiel vrij telen en dus geen aardgas meer verbranden zijn alternatieve CO2 bronnen nodig om onze gewassen optimaal te kunnen laten groeien. Hier liggen nog wel wat uitdagingen. Omdat duurzame bronnen niet onbeperkt beschikbaar zijn, is het zaak om in alle opzichten zo zuinig mogelijk te telen. Zo worden de gewassen onder zuinige volledige LED-belichting geteeld. Als we het over deze wijze van belichting hebben, ben je er niet alleen met het juiste lichtrecept, immers het heeft niet alleen een effect op het gewas maar ook op de biologische bestrijders en plantweerbaarheid. Daarnaast moet onder het heersende licht ook nog een keer door de medewerkers gewerkt kunnen worden.

Energiezuinig

Door het zuinige telen is het ontvochtigen van kaslucht een heel belangrijk aandachtspunt geworden. Aan de andere kant biedt het ook de mogelijkheid door gebruik te maken van een warmtepomp om warmte terug te winnen. Als de luchtvochtigheid in een kas te hoog is, is de kans groot dat schimmels zich optimaal kunnen ontwikkelen, daarnaast wordt de kwaliteit van het gewas negatief beïnvloed en dat is wat je als teler echt niet wilt.
De uitdaging bij het ontvochtigen is om het op een energiezuinige wijze te doen, waarbij zo veel als mogelijk energie teruggewonnen wordt. Om aan de kaderrichtlijn water in 2027 te kunnen voldoen, wordt al het te veel gegeven water opgevangen, gefilterd en ontsmet en samen om met het opgevangen condenswater te worden hergebruikt. Op deze wijze van werken gaan er geen nutriënten verloren en blijft al het water in de kas. Bij deze wijze van werken is goed uitgangswater belangrijk. Hemelwater is uitstekend geschikt als uitgangswater. Als je over goed uitgangswater beschikt is recirculeren geen enkel probleem.

Gewasbescherming

Om chemische gewasbescherming te reduceren tot nagenoeg nul is het zaak om de biologische bestrijding op orde te hebben. Onderzoekers proberen zo veel als mogelijk in de kas een ecosysteem te bouwen door een leger aan biologische bestrijders in de kas paraat te hebben. Deze wijze van werken wordt “standing army” genoemd. Dus zodra een plaag zich ontwikkelt, gaat er geen tijd verloren tussen waarnemen, bestellen en leveren. Het korps roofmijten, roofwantsen en sluipwespen kan direct uitrukken. Bij deze wijze van werken worden natuurlijke vijanden in de kas in stand gehouden op bankerplanten. Dit zijn planten, die natuurlijke vijanden in tijden van schaarste voedsel bieden aan natuurlijke vijanden van plaaginsecten. Daarnaast wordt gewerkt met verschillende bijvoertechnieken. Graanpollen en wonderbomen zijn voorbeelden van bankerplanten. Mijn collega’s zeggen dat het flink aanpoten is om de doelstellingen te halen. Wat het complex maakt, is dat ieder gewas om een eigen aanpak vraagt. Als het ons lukt om op deze wijze ons werk te kunnen blijven doen en wij voldoende draagvlak van u als sector krijgen, gaat het ons lukken om fossielvrij waarbij nagenoeg geen gebruik van chemische middelen wordt gemaakt en emmisieloos te telen. 

Jan Willem de Vries
Wageningen University & Research
Business Unit Glastuinbouw

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden