Afbeelding
Foto: WUR

Soms vraag ik mij af of de sector Glastuinbouw een bedrijf zoals de onze verdient…

Column

De Nederlandse toeleverende industrie vormt een belangrijke pijler binnen de nationale en internationale glastuinbouw maar blijft dat zo vraag ik mij af? Een groeiende wereldbevolking en de trek van de bevolking naar de grote steden maakt dat de behoefte aan voldoende en veilig voedsel toe neemt.
Inkomens in opkomende markten zoals Brazilië, Rusland, India en China stijgen en hierdoor veranderen vraag- en consumptiepatronen. Als je hierover nadenkt dat liggen hier enorme kansen voor intensieve tuinbouw door in te spelen in deze ontwikkeling. Tuinbouwtoeleveranciers uit Nederland verenigd u! U kan een enorme rol spelen vanuit een unieke combinatie van beschikbare kennis (software), technologie (hardware) en strategische en operationele dienstverlening (orgware). Ik kom op deze gedacht naar aanleiding van een hoog bezoek van verschillende delegaties uit China aan onze locatie.

Deze beschikbare kennis is verkregen vanuit combinatie van de van oudsher sterke thuismarkt van tuinders, technologie en handel. Uit de huidige spreiding van de wereldwijde activiteiten van de aan de tuinbouw toeleverende bedrijven blijkt dat veel bedrijven inderdaad hun buitenlandse omzet in (West-) Europa realiseren en daarna naar de rest van de wereld gaan. Door de economische crisis van 2008 en de positie van de glastuinbouw in Nederland is de omzet van deze bedrijven nationaal sterk teruggelopen en richten deze bedrijven zich in toenemende mate op de exportmarkt. De totale omzet is daarbij circa 5 Miljard waarvan naar schatting > 80% internationaal. Om een gezond toekomstperspectief te waarborgen, is het, gegeven de teruglopende omzetten in Nederland en naar verwachting gelijkblijvend tot afnemend areaal noodzakelijk de internationale positie en markt verder uit te bouwen en te vergroten. Nederland staat daar niet alleen in er zijn meer landen die al dan niet in samenwerking met grote multinationals zich een gezond toekomstperspectief willen waarborgen en bereid zijn hierop te investeren.

Er worden momenteel onvoldoende van de in Nederland beschikbare innovaties in het buitenland geïmplementeerd en de beschikbare kennis slechts beperkt toegepast. Dit heeft onder meer te maken met het hoge technologieniveau van de huidige productlijnen en het onvoldoende aansluiten bij de bestaande (kennis- en technologie) situatie in de potentiële groeimarkten, met andere woorden er is een mismatch tussen de beschikbare technieken en de optimale technieken voor de target landen. Om deze situatie te doorbreken zou de toeleverende sector samen met kennisinstellingen moeten starten met het voor de internationale sector demonstreren, ontwikkelen, toepassen en implementeren van beschikbare innovaties in de context van de internationaal beschikbare kastypen. Te beginnen met drie kastypen voor de verschillende klimaatzones. Daarnaast zullen wij bezig moeten zijn met nieuwe kennisontwikkeling. Want als je kennis de beschikbare kennis wijd en breid verspreidt en je niet aanvult met nieuwe kennis dan is er een moment dat je droog komt te staan. Als wij niet met nieuwe kennisontwikkeling bezig zijn dan zullen anderen deze rol gaan oppakken en staan wij als Nederlanders aan de zijlijn. Ik wil niet somberen maar voel een enorme urgentie om op de wereldwijde verschillende thema's samen met elkaar op te trekken door te anticiperen op lokale omstandigheden met bijvoorbeeld verschillende kastypen en teeltsystemen. Is het niet zo dat bepaalde thema's specifiek zijn voor bepaalde continenten, zoals voedselzekerheid voor Afrika en Azië terwijl water vrijwel in de hele wereld een thema is. In Europa, Rusland, Oekraïne, Noord-Amerika en Turkije is energie een belangrijk thema vanuit de vraag naar warmte en licht bij de productie van tuinbouwproducten. Koeling speelt in warme regio's een rol bij gebruik van technologisch geavanceerde systemen. De discussie 'stad-land' over de trek van de bevolking naar de stad en de toenemende behoefte aan dagelijks vers voedsel speelt vooral in Afrika, Zuid en Midden-Amerika en in Azië. Een belangrijke kans voor de bedrijven in de tuinbouwtoelevering is het thema 'Duurzaamheid'. Nederlandse tuinders kunnen op een klein oppervlak met een minimaal effect op de leefomgeving veel en gezond voedsel en sierteeltproducten telen door de combinatie van een goed management, veel kennis en goede kassen en apparatuur. Gezien de groei van de wereldbevolking en de trek naar de stad, en de stijgende inkomens buiten Europa is er wereldwijd behoefte aan duurzamere teeltwijzen. Ook zal dit de 'local4local'-productie stimuleren. Deze trend is enerzijds ingegeven door duurzaamheidthema's, bijvoorbeeld de CO2 footprint (transport), residu-eisen en anderzijds door toenemende voorkeur voor voedsel uit de eigen regio. Met elkaar zouden we de ambitie moeten hebben om via demonstratie en innovatie samen internationale duurzame tuinbouwprojecten overal ter wereld te ondersteunen en hiermee de verdiencapaciteit van het Nederlandse tuinbouwcluster te vergoten. Onze gezamenlijke doelstelling zou moeten zijn een substantiële toename van internationale omzet van de toeleverende (glastuinbouw) bedrijven door het optimaliseren van Nederlandse technieken voor toepassing in het buitenland en betere propositie van de toeleveranciers. Door met behulp van toepassingen van Nederlandse technologie het verder ontwikkelen van de intensieve tuinbouwsector in opkomende- en groei economieën. Het effect raakt de volle breedte van de keten. Om blijvend wereldwijd een rol van betekenis te kunnen blijven betekenen is een gezonde een gezonde thuismarkt nodig. Ik heb het dan over telers en kwekers. Ik durf te stellen dat de Nederlandse glastuinbouwsector de drijvende motor is achter onze exportactiviteiten van tuinbouwtoelevering. Laten we dus met zijn allen ervoor zorgen dat er voldoende Glastuinbouw in Nederland blijft. Glastuinbouw hoort gewoon in Nederland. We zijn een modern land met een hoogopgeleide sector met een geweldige infrastructuur. Kortom allemaal voordelen om internationaal een goede positie te verwerven. Maar dan moeten we wel blijven vernieuwen en niet verslappen. We hebben elkaar keihard nodig tuinders, toeleveranciers en onderzoek om de hoognodige nieuwe kennisontwikkeling aan de gang te houden. De hele wereld kijkt naar Nederland als het gaat over glastuinbouw, we zijn hier gewoon keigoed in. We moeten ons beseffen dat maakindustrie – linksom of rechtsom – de bakermat is van ons innovatief vermogen en daarmee de aanjager van ons hele tuinbouwcluster. Maar of dit bij iedereen even goed tussen de oren zit zal de toekomst moeten uitwijzen. Hoewel er gelukkig bedrijven zijn die inzien dat voor onderzoek en innovatie continuïteit van groot belang is en dat we moeten blijven werken aan nieuwe kennisontwikkeling en hier dan ook bereid zijn om in te investeren. We zouden zo heel veel meer kunnen doen als meer bedrijven zo dachten… en hiermee Nederland als kennisland nog steviger op de kaart te zetten.

Jan Willem de Vries
Wageningen University & Research
Business Unit Glastuinbouw

Uit de krant

Uit de krant

Uit de krant