Cees van der Meij: ‘De VGB wil weer aan tafel’
Logo bloemenkrant.nl
<p>Cees van der Meij, voorzitter VGB.</p>

Cees van der Meij, voorzitter VGB.

(Foto: Erik van der Burgt / Verbeeld)
Bloemen in Beweging

Cees van der Meij: ‘De VGB wil weer aan tafel’

Vorige week heeft ook de VGB zich gemengd in de discussie rond het veilbedrijf. Bij monde van voorzitter Cees van de Meij en directeur Matthijs Mesken is er een brief gestuurd naar de directie en raad van commissarissen van Royal FloraHolland. De de brief was persoonlijk geadresseerd, desondanks bij de redactie van de Bloemenkrant bekend. De inhoud is scherp, kritisch en confronterend, maar eindigt met een ferme handreiking: kom aan tafel en luister naar elkaar.

Door Walter Landesbergen

Lang is gedacht dat de onvrede zich met name onder de leden van RFH afspeelde rond de 100% digitalisering. Uitstel van Floriday is een eerste tegemoetkoming, maar Floriday bleek niet de enige discussie. De Flora Futura-enquête werd door 860 leden/kopers ingevuld en afgelopen vrijdag ontving Marcel van Tol, de voorzitter ledenraad van Royal FloraHolland, namens 502 RFH-leden het formele verzoekschrift tot het besluiten tot het laten uitvoeren van externe audits.
De onrust bij leden en klanten van RFH heeft natuurlijk een effect op de leden van de VGB. Reden voor de Bloemenkrant om te spreken met de voorzitter van de VGB, Cees van der Meij, die namens de VGB een handreiking doet en zich bereid verklaart een brug te bouwen in het belang van de sector als geheel.

Diversiteit

“De diversiteit bij handelsbedrijven en kwekers is de laatste decennia zo veranderd dat je nooit meer voor iedereen één passende oplossing kan vinden. Er zijn gespecialiseerde bedrijven die zich richten op een nichemarkt en veel gebruik maken van de veilingklokken en kleinere bijzondere productgroepen. Andere bedrijven handelen alleen maar rechtstreeks met grote uniforme producten en dito specificaties. En weer andere werken met preferred suppliers en de klok”, zo steekt Van der Meij van wal.
“Maar vrijdag 5 februari jl. was de handel er snel uit. In een gesprek georganiseerd door de VGB met Flora Futura, de Stichting Lijnrijdersbelangen en Jan de Boer verklaarde de handel zich desondanks eensgezind: de open marktplaats, zoals die er nu is moet gekoesterd worden en RFH zal veel meer op maat oplossingen moeten bieden en dus verder moeten segmenteren. De service die RFH toevoegt in de verschillende supply chains is nu eenmaal anders, moet anders beprijsd worden, anders gedigitaliseerd en anders georganiseerd en dat met draagvlak van kweker en handel.”

Waarom heeft de VGB niet eerder haar onvrede over en bij RFH kenbaar gemaakt?

Van der Meij: “De VGB heeft de laatste jaren een flinke reorganisatie doorgemaakt die veel aandacht vroeg. Toen ik de interim-functie aanvaarde, was dat om samen met de directeur, het bestuur en de leden een nieuwe, heldere strategie uit te zetten voor de komende jaren. Ook de VGB is nu een heel andere organisatie dan 3 jaar geleden. Daarnaast zijn we ruim 2 jaar bezig geweest het Europese gedeelte van de CC-centrale te borgen voor de sector, door de resterende 50% van de aandelen over te nemen van een investeringsmaatschappij. Nu deze deal is afgerond, is het verzoek gekomen van het bestuur om nog langer aan te blijven. Als zittend voorzitter voel ik me geroepen om de VGB samen met de directeur Matthijs Mesken weer meer zichtbaar te maken.
Eerst leek de commotie in het veld op een interne RFH-aangelegenheid. De VGB is hartstochtelijk voorstander van digitalisering. We zijn eigenlijk ten opzichte van andere sectoren al vreselijk laat. Er was niet direct een aanleiding om ons in deze discussie te mengen. Toen bleek dat de functionaliteit niet voldeed en er dus veel meer onvrede was dan aangenomen, zijn we gesprekken gestart met onze leden. Rond de discussie zit heel veel emotie en onmacht. Dan is een brancheorganisatie er juist om geen olie op het vuur te gooien, maar om te proberen een helpende hand te reiken naar ledenraad, RFH en onze leden.”

De VGB vraagt RFH transparant te zijn in haar koers, duidelijk te zijn over haar positioneren en pas op de plaats te maken met strategische vernieuwing. Ziet de VGB RFH als concurrent van de handel?

Van der Meij: “Het ouder worden heeft ook een voordeel, je hebt historische kennis en ziet soms dezelfde patronen ontstaan. De regionale veilingen zijn altijd de trots geweest van de kwekers en geleid door markante figuren.
Samen met de fusievelling kwamen de strategen. Timo Huges liet zich leiden door een rapport van Ronald Berger en droomde tijdens zijn toespraak op het 100-jarige bestaan van de veiling over een global player te worden.
Die plannen gingen bij Lucas Vos weer in de ijskast, niet concreet genoeg. Berenschot kwam met grotere plannen. Consumentenbestedingen moesten met 1 miljard omhoog, de kosten met 100 miljoen naar beneden en Amazon en Alibaba werden het voorbeeld voor Royal FloraHolland.
Het is jammer dat RFH 10 jaar later nog steeds zoekt naar nieuwe toegevoegde waarde. Of die gevonden wordt in de positionering als handelsagent of in Floriday, Floriway en Floripay en alles wat hiermee samenhangt, dat is de vraag. RFH moet duidelijk maken wat haar bedoeling is en waarom de huidige strategie een stap vooruit is voor haar leden en klanten. Juist in de combinatie heeft altijd een grote kracht gelegen.

VGB: ‘Kom aan tafel aan luister naar elkaar’

Van der Meij: “Als ik zie hoe de tuinbouw zich heeft ontwikkeld, dan is die met recht een Topsector. Ik zie een zelfde ontwikkeling, professionalisering bij de handelshuizen. Supergoed ondernemerschap en een wederzijdse afhankelijkheid waar de meeste bij mij bekende kwekers en handelaren trots op zijn. We hebben elkaar nodig en zijn zuinig op elkaar.

Na al die verloren jaren van strategieconsultants en niet nagekomen beloftes lijkt mij dat de handelshuizen en kwekers samen weer eens om tafel moeten.
RFH zal veel meer maatwerk moeten gaan leveren per segment. Voor een deel van de handel zijn ze dienstverlener op financiën of logistiek. In andere segmenten wellicht dat fysieke veilbedrijf met andere diensten en een helder businessmodel. Ede en Eelde bewijzen dat er behoefte aan is en dat het kan, net zoals veilbedrijven Rhein-Maas, Vancouver, Toronto en Holambra.
Met andere woorden: RFH moet een partner worden in een duidelijk gesegmenteerde supply chain, waarbij ze zichzelf opstelt als een faciliterend en verbindend bedrijf, volgens het principe kostenmaker = kostendrager. Hierin kan haar toegevoegde waarde liggen. Toegevoegde waarde leveren voor de ‘directe’ handel kan, maar dat ligt dan wel op een ander vlak dan fysiek faciliteren.
Voor de hele keten is RFH van waarde op digitalisering, duurzaamheid, fust, ladingdragers, kwaliteit, lobby en vastgoed.”

Door de groeiende directe handelsstromen heeft de handel bijgedragen aan het verzwakken van de positie van het veilbedrijf. De grote jongens kunnen zelfs zonder veiling.

Van der Meij: “De directe stromen kun je de handel niet kwalijk nemen. Het feit dat grote ketens om grote uniforme partijen vragen die verantwoord geteeld zijn is een gegeven. Gelukkig zijn er ook heel veel kwekers die baat hebben bij directe handel. Productie, planning en prijs zijn vaak al lang van tevoren bekend. Dat moet je iemand niet kwalijk nemen. Het zijn zelfstandige keuzes geweest van goede ondernemers om voor dat segment te kiezen. Directe stromen betekenen voor veel kwekers continuïteit, en voor de handel het gewenste assortiment op de gewenste tijd.

dwingen heeft nog nooit gewerkt

Net zoals anderen voor een gespecialiseerd segment kiezen of grote variatie in producten en de afzet het liefst via de klok doen of een combinatie van beide. Voor de sector -dus ook voor de handel- is het van het grootste belang dat alle segmenten via de open marktplaats bediend kunnen worden. Productvernieuwing zit vaak eerder bij de klok, zodat een kweker voeling kan krijgen hoe een product ontvangen wordt, voordat hij deze in grote aantallen gaat produceren.
Belangrijk is dat we inzien dat een en ander elkaar versterkt en niet beconcurreert. Dat we inzien dat het tempo van veranderen soms per segment anders kan/moet zijn.
We kunnen een gespecialiseerde kweker toch wel helpen om te digitaliseren of certificeren. Ik denk zelfs dat niemand daar tegen is, alleen het tempo is belangrijk en iemand dwingen heeft nog nooit gewerkt.
Neem ook hier een voorbeeld aan andere sectoren die bepaalde services hebben uit gefaseerd. Vooroploper en volger, monoteler en assortimentsteler, iedereen is nodig. Eenheidsworst betekent de doodsteek. Bovendien kun je moreel gesproken niet zomaar (familie)bedrijven die al generaties lang de sector verrijken laten verdwijnen onder het mom van de vooruitgang.

Wat wil de VGB bereiken?

Van der Meij: “Iedereen moet zich weer bewust worden in wat voor prachtige innovatieve sector we werken. Waar duizenden familiebedrijven met samen tienduizenden medewerkers de wereld voorzien van onze prachtige producten. Het gezond boerenverstand moet het winnen van de emotie. Wij moeten weer trots worden. En ja, de toekomst zal anders zijn dan het verleden, ook met betrekking tot de rol van RFH.
Is dat erg? ‘t Is pas erg als je alles bij het oude wil laten en niet meer luistert naar elkaar. We kunnen het ook eens worden waar we het oneens over zijn.

Wat de sierteelt in ruim een eeuw heeft opgebouwd is een uniek en jaloersmakend systeem. Dat moeten we koesteren, onderhouden, bewaken en sterker maken.”

VGB heeft als primaire taak behartigen van de belangen van haar leden: Nederlandse groothandelaren in bloemen en planten. Namens de handel treedt de VGB op als woordvoerder voor de gehele sector. De bij de VGB aangesloten handelaren vertegenwoordigen zo’n 80% van de totale handel in bloemen, kamerplanten en tuinplanten die vanuit Nederland naar in totaal 116 landen gaat.

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden