Heeft u straks nog wat te verkopen? | De Bloemenkrant
Logo bloemenkrant.nl
Foto: WUR
Column

Heeft u straks nog wat te verkopen?

Onze sector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen (T&U) levert een aanzienlijke bijdrage aan de Nederlandse (kennis-) economie.

We hebben de ambitie om wereldleider op het gebied van agricultuur te zijn en te blijven. Op het terrein van tuinbouw kunnen we een succesvolle bijdrage leveren aan het oplossen van mondiale maatschappelijke uitdagingen op gebied van voedsel, leefomgeving, klimaat, energie en duurzaamheid. Ik lees dit in een uitgave van de topsector Tuinbouw en uitgangsmateriaal met als titel "De oogst van Topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen" .


Samenwerking
Om deze ambitie te kunnen realiseren, is samenwerking tussen ondernemers, kennis- en onderwijsinstellingen en overheid essentieel. Als sector staan we voor een nieuwe periode van onderzoek. De eisen die vanuit de maatschappij aan de wijze van productie worden gesteld, of nog erger, worden opgelegd, vragen een enorme inspanning van ons als onderzoeksorganisatie. Neem alleen al de maatschappelijke discussie rondom het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

IPM
Is het niet zo dat het voor een teler, handelaar en de consument onduidelijk is hoe 'duurzaam' een product is geteeld? Voor een teler zijn er op het terrein van geïntegreerde gewasbescherming (IPM) veel keuzemogelijkheden. Voor de teler is het voor geen meter helder wat de milieu-impact van een gekozen strategie is en hoe die verbeterd kan worden.
In de media krijgt de milieu-impact van de middelen eenzijdig aandacht en wordt breed uitgemeten. Dat kan omdat de teler geen cijfers beschikbaar heeft en de relevante context van de (on)mogelijkheden van IPM ontbreekt. De overheid kan middelen verbieden omdat het beter is voor bijvoorbeeld onze bijen. Maar door het verbieden van middelen is het probleem van de kweker niet opgelost. Bij een probleem zal hij dus terugvallen op een ander correctiemiddel wat mogelijk vaker zal moeten worden toegepast wat vervolgens leidt tot een hoger middelengebruik en mogelijk een veel groter effect op het milieu.
Er is dus dringend behoefte aan het meetbaar maken van de verschillende IPM maatregelen, zodat de milieu-impact van verschillende IPM-strategieën berekend kan worden. In de eerste plaats als hulpmiddel voor telers en hun adviseurs om de strategie te verbeteren. Daarnaast is het dan ook bruikbaar voor een heldere en completere communicatie over milieu-impact van de gewasbescherming.

Club van 100
Gelukkig heeft de Club van 100 een project waarbij getracht zal worden in beeld te brengen welke instrumenten al beschikbaar zijn en in hoeverre deze geheel of gedeeltelijk gebruikt kunnen worden om IPM meetbaar te maken. Om vervolgens de vraag te kunnen beantwoorden welke informatie er nog ontbreekt. De bedoeling is dan om op basis van deze informatie een raamwerk te maken voor een beoordelingssysteem en een managementtool.
Tenslotte zullen de ontbrekende schakels in dat systeem met kennis gevuld gaan worden en zullen de keuzen worden gekwantificeerd. Op dit moment worden besluiten over het gebruik van middelen naar mijn inziens te veel genomen op basis van emotie en aaibaarheidgehalte en niet op feiten.

FSI
Deze week was ik in gesprek met één van de trekkers achter het initiatief Floriculture Sustainability Initiative (FSI). Binnen dit initiatief is een aantal grote bedrijven zoals Dutch Flower Group, Waterdrinker, Royal Lemkes en Royal FloraHolland verenigd. De doelstelling van dit initiatief kan ik alleen maar toejuichen. Deze bedrijven zetten zich actief in voor een duurzame, toekomstbestendige sierteeltsector, waarin planten met respect voor mens en milieu worden geteeld en verhandeld. Hoe mooi is dat?
De ambitie die FSI heeft, is om al in 2020 (u leest het goed over nog geen twee jaar) 90% van de internationaal verhandelde bloemen door FSI-leden duurzaam geproduceerd te hebben. Dit betekent in de sierteeltsector, gezien de huidige situatie, dat er nog werk aan de winkel is om de kwekers te stimuleren aan deze certificering te gaan voldoen.
Dat betekent dat er nog heel veel werk te doen is op het gebied van onderzoek om te voldoen aan de eisen. De veredelingsbedrijven zullen op deze korte termijn niet het uitgangsmateriaal kunnen leveren wat resistentie in zich heeft tegen ziekten en plagen en daarnaast voldoet aan de gewenste kwaliteit.

Mijn collega's zitten vol met ideeën die de moeite waard zijn om te verkennen om aan deze ambitie te kunnen voldoen. Het probleem is dat wij een projectorganisatie zijn en al het werk wat wij doen een keer door iemand betaald moet worden. Maar is het niet zo dat dat peanuts zijn als blijkt dat de ambitie niet gehaald wordt?

We zullen dus met voorrang moeten werken aan nieuwe strategieën om de meest voorkomende vragen op het gebied van gewasgezondheid het hoofd te kunnen bieden. Dit probleem mogen we niet alleen op de kwekers afwentelen maar handel, toeleveranciers, kwekers en overheid moeten de handen ineen slaan om aan de ambitie te kunnen voldoen.
 

Jan Willem de Vries
Wageningen University & Research
Business Unit Glastuinbouw
 

Meer berichten
<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=13225608&size=160x600&promo_sizes=120x600&cb=[CACHEBUSTER]&promo_alignment=center&referrer=bloemenkrant.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>
<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=13225606&cb=[CACHEBUSTER]&referrer=bloemenkrant.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>